Golden story:
Een nieuwe vorm krijgt betekenis
“Nederland verandert in snel tempo. Dat moeten we koesteren.”
Historicus Chan Choenni (73) groeide op in koloniaal Suriname. Drie jaar voor de onafhankelijkheid verhuisde hij als jongeman naar Nederland. Daar zag hij de Gouden Koets voor het eerst tijdens een parade in Den Haag. “Ik stond er niet gelijk bij stil. Maar pas veel later besefte ik: dit moet anders. De oorsprong en geschiedenis van de slavernij kunnen we niet vergeten.”
Dit voorjaar kwam een divers gezelschap bijeen dat plaats mocht nemen in de nieuwe gouden koets en zo diens eigen verhaal kon vertellen. Het verhaal van Chan Choenni begon in 1953, in Parimaribo. “Ik groeide op in een groot gezin, toen Suriname nog een Nederlandse kolonie was. Nederland had status, in de positieve zin van het woord. Ik had een sprookjesachtig beeld gebaseerd op plaatjes, foto’s en kinderboeken. Eenmaal in Nederland, bleek niets natuurlijk minder waar.” Toen hij onlangs in de nieuwe gouden koets zat, gekleed als ‘Hindostaans-Surinaamse koning’, was het even alsof hij wél in een sprookje zat. “Ik zwaaide, iedereen was vriendelijk, de diversiteit aan mensen was enorm en ik voelde me zeer vereerd.” Chan Choenni vertegenwoordigde daar de brede Surinaamse gemeenschap. “Dat weet niet iedereen, maar die is heel divers: van Hindostanen tot Afro- en Javaanse Surinamers.”
Choenni begint over vooroordelen. Iets heel normaals, als je het hem vraagt. “Veel Nederlanders kennen Hindostanen maar staan er niet bij stil wat hun afkomst is. We zijn minder zichtbaar en mensen kunnen niet zoveel variatie opslaan, dat wordt te complex. Men denkt nu eenmaal in grote eenheden, weet en onthoudt maar een paar sjablonen. Dat maakt het debat over afkomst soms ingewikkeld.” Het is belangrijk dat die variatie wel wordt verteld, vindt hij. “De slavernij krijgt gelukkig veel aandacht. Maar de oorsprong en geschiedenis moeten we niet vergeten. Het is tijd om ruimte in te nemen als nakomelingen van de zogenaamde ‘contractarbeiders’ uit Suriname. Slaafgemaakten zijn namelijk niet alleen mensen van Afrikaanse oorsprong; de helft heeft een andere afkomst: Hindostaans, Javaans, Chinees… Ze zijn uitgebuit, onderdrukt en verbannen. Er is geld verdiend met het zweet van deze mensen en dit verhaal moét gedeeld worden.”
Beladen geschiedenis
Dit verhaal kreeg een extra podium tijdens de rit in de nieuwe koets, onder handen genomen door Riny Assink. “Mensen moeten begrijpen dat de oude koets een weerspiegeling was van onderdrukking en uitbuiting. Die Gouden Koets droeg een beladen geschiedenis: het zijpaneel toonde een verheerlijkt koloniaal verleden, een deel van de geschiedenis van mijn voorouders.” Chan Choenni is het er roerend mee eens dat deze koets uit de actieve dienst is gehaald. “Het is niet passend om te pronken met de zijpanelen – een weerspiegeling van uitbuiting, bepaalde verhoudingen en verdriet. Maar de oorsprong en achtergronden kunnen we niet vergeten.” Dat is wat hij zeggen wil. “Er zijn veel tradities verloren gaan maar mooi dat deze koets in een nieuwe, passende vorm behouden blijft. Bovendien brengt het ook discussie op gang; een aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan.”
Divers beeld
Als mensen vragen: waar kom je vandaan, dan vertelt hij het héle verhaal: “Ik ben gevormd in Amsterdam, mensen zien in het buitenland dat ik ‘Dutch’ ben, maar ik ben ook Surinaams, heb Indiase én Hindostaanse roots. Noem het een multiple identiteit. Dat is toch een verrijking? Ik ben er trots op. Dertig jaar geleden maakten we ons zorgen dat Nederland een samenleving zou worden van kleur, met veel etnische problemen. Maar eigenlijk is het best goed gegaan met de diversiteit van ons land. Er is interactie, vermenging van muziek, kleur, keukens en kleding. Nederland verandert in snel tempo en dat moeten we koesteren. Helaas heeft de onvrede in de samenleving zich politiek vertaald, dat baart zorgen.” Daarom is het zo belangrijk om een divers beeld te tonen en verhalen zoals dit te delen, vindt hij. “Door gekleurde mensen op hoge posities te zien, verandert je perceptie. Je kunt wel zeggen: iedereen is gelijk, maar als dat niet terugkomt in het dagelijks leven – en je bijvoorbeeld nauwelijks een zwarte president of professor ziet – dan zal de werkelijkheid nooit veranderen.”



